Voorbeelden

Ja maar ik moest poepen!

Tijdens een treinreis zag ik een vader met zijn (naar ik schat) 8 jarige zoon instappen. Wij zaten in de zelfde coupe uit te puffen na een warme zomerse dag. De zoon ging even aan de wandel en verliet de coupe. Toen hij na enige tijd weer terugkwam stond zijn vader op en zei met enige stemverheffing: “Vind je het normaal dat je zo lang wegblijft!” De vader leek mij geïrriteerd en het zoontje kreeg zo nog het een en ander te horen. Verontschuldigend hoorde ik het jongetje zeggen: “ja, maar ik moest poepen!” Dat zat er natuurlijk aan te komen. Als er een verwijt wordt gemaakt, hoort daar ook een verontschuldiging bij. Maar was het voor het jongetje nu duidelijk waar het werkelijk om ging bij papa? Ik vermoed van niet. Door het verwijt kreeg hun hele gesprek een bestraffende wending. Ik vermoed dat de vader zich zorgen maakte over de afwezigheid van zijn zoon omdat hij niet wist waar hij was. Ik denk dat de boodschap beter was overgekomen als de vader had gezegd. “Tjonge, ik maakte mij zorgen toen je langer wegbleef dan ik had gedacht en de trein weer begon te rijden.

Tip: Ligt er een verwijt op de tip van je tong, slik deze dan snel weer in. Bedenk hoe je je in eerste instantie voelde en wat je eigenlijk zou willen zeggen. Je wordt  er samen beslist gelukkiger van!

De receptie

In de hal bij de receptie van een huisartsenpraktijk voert een enigszins dove man een gesprek. Daarbij is hij zich niet bewust dat hij zijn belemmering om te horen zelf compenseert door meer volume bij het praten te gebruiken. Een therapeut in een aangrenzende kamer kijkt enigszins verstoord de hal in om te zien wat er aan de hand is. Niemand die de man op het effect van zijn stemgeluid op anderen durft te wijzen. Je zou enerzijds kunnen denken dat het niet om durven gaat, maar dat uit begrip voor deze man en zijn beperking niets wordt gezegd. Dat zou kunnen, ware het niet dat het storende effect duidelijk was op zowel andere patiënten als medewerkers die tevens in het pand aanwezig waren. Empathie gaat niet alleen over mijzelf voorstellen hoe het is om in andermans schoenen te staan. Het gaat ook om alle anderen die bij een situatie betrokken zijn inclusief mijzelf. Als ik echter denk dat er sprake is van een conflict of conflicterende belangen dan ga ik mogelijk een gesprek uit de weg. Denk ik in termen van rekening houden met elkaar, dan spreekt het voor zich dat wij anderen op het effect van hun gedrag wijzen zodat zij zich dit bewust worden en opnieuw een keuze kunnen maken. Ik ben er van overtuigd dat de man in dit voorbeeld totaal geen erg had in het effect van zijn gedrag. Echte empathie betekent zonder oordeel begrijpen wat er gebeurt. Een volgende stap is vanuit dit begrijpen een keus maken die in de behoeften van allen probeert te voorzien.

Motorisch gestoord.

In een oefening tijdens de training werpen deelnemers elkaar ombeurten een zachte bal toe. Op een gegeven moment werpt een deelnemer de bal toe aan een gehandicapte deelnemer. De bal vliegt niet helemaal recht op deze deelnemer aan en mist zijn doel. De werpende deelnemer roept daarop: “motorisch gestoord!” De gehandicapte deelnemer reageert enigszins verbaast maar vat het toch luchtig op en roept: “Wat had je anders verwacht?” De bal uiteindelijk in bezit hebbende werpt de gehandicapte deelnemer op zijn beurt de bal ook weer naar een ander maar mist daarbij ook het doel. Daarop roept hij nu zelf: “Zie je wel, motorisch gestoord!” Daarop reageert de eerste deelnemer die de bal naar de gehandicapte deelnemer had geworpen verschrikt met: “Maar toen ik dat zei had ik mijzelf op het oog omdat ik jou miste. Ik bedoelde met mijn opmerking helemaal geen opmerking te maken over jouw handicap!” “Tja, (zegt de gehandicapte deelnemer) ik dacht al dat dat nogal bot was, maar nu ik dit hoor schaam ik mij gelijk weer dat ik dacht dat het over mij ging zonder dit te verifiëren!” De moraal? Hoe makkelijk kijken we niet naar elkaar en doen daarbij allerlei aannames zonder te weten of dit ook klopt. Dit veroorzaakt makkelijk misverstanden en komt dan tussen ons in te staan.

Vast meer haast dan ik!

Tijdens een lezing vertelde ik hoe wij ondanks dat we een goede intentie hebben toch soms behoorlijk kunnen “ontploffen.” M.n. in het verkeer willen we ons geduld met andere weggebruikers nog wel eens verliezen.  Een deelneemster vertelde daarop hoe zij daar tijdens het rijden totaal geen last van had. Zij zei: “Dan denk ik altijd maar: die hebben vast meer haast dan ik! Maar thuis vind ik het enorm moeilijk om rustig te reageren als mijn dochter tegen mij zegt dat het tijd wordt dat  ik de kranten eens opruim omdat het een bende wordt. Hoe los ik dat op? Ik opperde: “Wat nu als je thuis net zo zou reageren als in het verkeer?”  Enigszins verward vroeg zij: “Hoe bedoel je?” Ik zei: “Wat nu als je zou denken dat je dochter vast meer haast heeft met het opruimen dan jij?” Toen snapte ze wat ik bedoelde. De vaardigheid bezat zij al. Dat bleek uit hoe zij reageerde in het verkeer. Als zij die gedachte elders ook toe zou passen zou dit haar probleem oplossen. Zo zie je maar:  als je anders over zaken gaat denken ga je diezelfde zaken ook anders beleven.

Geen agressie, niks

“Ik zat in de trein in een stiltecoupe heerlijk rustig te lezen, komt er een grote antilliaanse vent met oorringen etc binnen, gaat achter me zitten en hardop in z’n mobiel praten.  Ik keek een paar keer verstoord om, toen keek hij me aan en vroeg op hoge toon “is er iets mevrouw?!”Ik draaide me om en ging over de rugleuning van mijn stoel hangen, keek hem vriendelijk aan en zei op normale toon ” nou, nu je het zo vraagt…  weet je, ik heb heel erg behoefte aan stilte, daarom ga ik dus altijd in de stiltecoupe zitten.  Dus vraag ik me af of je het misschien erg zou vinden om ergens anders te bellen.” Het was een seconde stil, toen mompelde hij iets van “ja ok, sorry hoor” en zei in zn telefoon “ja, ik moet effe afronden, want ik zit hier een mevrouw te storen, die heeft last van mij” Geen agressie, niks.  En hij was erg groot en stoer :D ! Tja, zo zie je maar weer…. Mirjam.”

Briljant

Tijdens een training heb ik een oefening uitgedeeld. Deelnemers merken op dat er geen gaatjes geponst zijn in het papier zodat de oefening niet direct in de map kan worden opgeborgen. Een echtpaar dat naast elkaar zit zoekt hiervoor een oplossing. Een ponsapparaat dat twee gaatjes tegelijk ponst wordt gevonden. De map heeft echter 4 ringen. Dat wordt dus passen en meten om te zorgen dat de gaatjes zo zitten dat zij over de 4 ringen vallen. De vrouw gaat aan de slag en lijkt een oplossing te hebben gevonden. Haar man ziet dit en zegt tegen haar:” Wat ben jij toch briljant!”  De vrouw lijkt blij met deze opmerking tot zij er achter komt dat de gaatjes toch niet precies over de ringen vallen. Teleurgesteld kijkt zij op en zegt tegen hem:”Blijkbaar ben ik toch niet zo briljant!” Het gaat hier om waardering en het voorbeeld geeft een mooie opeenvolging van gebeurtenissen die laat zien waarom het uiten van waardering in de vorm van een goed of fout zijn beter vermeden kan worden. Het ene moment leek zij meer dan goed (briljant) en het volgende moment leek uit haar woorden en toon op te maken dat gelet op het resultaat zij misschien toch wel “dommer” was dan gedacht. Verbindend communiceren betekent steeds dat we de aandacht op de verbinding houden met de behoeften die er zijn. De behoeften bij jezelf en de behoeften bij de ander. Waardering uiten we daarom door het bekendmaken van de behoeften die zijn vervuld. Ik kan mij namelijk goed voorstellen dat de man blij was met de creatieve manier waarop zijn vrouw met het probleem omging. Hij had dus ook iets kunnen zeggen als: “Weet je, ik kijk met plezier naar de creatieve  manier waarop je met dit probleem omgaat.” Zijn vrouw had dit m.i. ook als waardering ervaren, maar met het grote verschil dat toen het resultaat anders uitpakte de waardering nog even groot was. Verbindend Communiceren: Wat is nu nog mooier dan waardering die raakt en blijvend blij maakt?

De lift

Met twee zware tassen met boodschappen loop je de hal van de flat binnen. Je drukt op de knop voor de lift en wacht. Je hoort niet het bekende geluid dat aankondigt dat de lift onderweg is. Wel hoor je in het trappenhuis twee etages hoger de stemmen van mensen. Het beeld wordt je duidelijk een gesprek in de opening van de liftdeur. Wel potver………. ! Kunnen ze geen rekening met anderen houden!! Met jou dus!!! Je kunt je voorstellen dat als je jouw irritatie de overhand laat krijgen je iets zegt wat nog lang frictie met de andere bewoners in de flat gaat opleveren. Ja, dit vereist oefening. Wat ga je doen? Je schopt tegen de lift deur om indirect jouw ongenoegen te laten horen of roep je omhoog:”Goedemorguh! Kunt u  de lift even naar beneden sturen?  Wat zou jij doen? Wil je meer weten, lees dan de nieuwsbrief van oktober 2009: De prijs van kritiek..

De positieve draai

Ik hoor het mijzelf ook wel eens zeggen als ik probeer duidelijk te maken dat ik iets anders wil dan de ander: “Weet je, het is geen verwijt ……..”  Het is zo ingebakken in mijn taalgebruik na  52 jaar dat het zonder nadenken uit mijn mond komt. Maar met dat ik het zeg zie ik ook een reactie bij de ander. Het is toch weer een Ja, maar ….”, de ander hoort er makkelijk toch iets verwijtends in. Het is een “ja” en tegelijk een “nee”. Toch weer Jakhalzen taal. Dat leidt tot onnodige verwarring. Mijn boodschap komt er niet duidelijk door over. Ik neem mij dan ook voor om mij dit de volgende keer bewust te zijn. Alles begint uiteindelijk met intentie. Ben ik mij bewust dat de ander een voorstel doet dat deze als gunstig ziet en heb ik een ander inzicht dan kan ik ook reageren met:”Dank je wel, ik zal er over nadenken.” Dit zeg ik als dat ook zo is natuurlijk. Het is geen dooddoener. Ik wil ook graag authentiek blijven. Weet ik dat ik iets anders dan het voorgestelde wil, dan zeg ik bijvoorbeeld:”Dank je voor het advies (jouw aanbod), mijn voorkeur gaat op dit moment uit naar …..” In plaats van te zeggen wat ik niet wil en de bijdrage van de ander af te wijzen zeg ik met respect voor de ander gewoon wat ik wel wil. Verbindende communicatie leidt zo tot meer onderling respect.

Volgorde

Heb je weleens meegemaakt dat je de supermarkt in ging en niet kon vinden wat je nodig had. Om er weer uit te komen is het de bedoeling dat je langs de kassa gaat. Het kan zijn dat er dan een hele rij staat. Er is eigenlijk geen reden waarom je in die rij zou blijven staan. Anderen weten dat echter niet. Zeg je tegen de mensen voor je: “Mag ik voor u gaan, ik heb niets om af te rekenen.” Dan zie je dat mensen eerst de wenkbrauwen fronsen als ze horen dat je voor wilt gaan om vervolgens “natuurlijk!” te roepen als ze horen dat je niets om af te rekenen hebt. De volgorde waarin je dus jouw vraag stelt is van belang. Ik stel voor om het volgende eens te proberen. Zeg eerst wat de feitelijke situatie is. Dus: “Ik heb niets om af te rekenen.” Vervolg dan met: “Zou ik voor u mogen gaan?” De kans is groot dat er dan geen gefronste wenkbrauwen zijn. Deze vonden hun oorzaak namelijk in de eerste informatie die je gaf. Vertel je dat je voor wilt gaan, dan zien anderen dat als een bedreiging of het overtreden van een ongeschreven regel. Is gelijk duidelijk dat dit niet aan de orde is, dan vergemakkelijkt dit de communicatie. Verbindende communicatie maakt samenwerken makkelijker.

Jij belt mij ook nooit eens!

“Ja zeg, we hebben niet allemaal de hele dag de tijd om bij de telefoon te zitten!” Heb je iemand dit wel eens horen zeggen? Marshall Rosenberg spreekt ook wel van het Jakhalsen Postbedrijf. Boodschappen komen verkeerd over en richten schade aan. Zo ook hier. Staan we stil bij de bedoeling van de eerste spreker dan is het waarschijnlijk dat deze bedoelt te zeggen hij veel waarde aan de relatie hecht en het fijn vindt om de ander vaker te spreken. Omdat de boodschap echter als een verwijt klinkt komt dit, de achterliggende intentie, niet over. Als de ander niet de vaardigheid heeft om door de boodschap heen te kijken en de achterliggende intentie te horen, dan is het waarschijnlijk dat deze verdedigend reageert. Dit gebeurt in dit voorbeeld ook. Jammer toch! Een gemiste kans voor beiden. Ook de tweede spreker hecht een zekere waarde aan de relatie. Maar misschien heeft hij het gewoon druk en ontbreekt de tijd of is gelijkwaardigheid belangrijk en ziet hij graag dat het initiatief ook eens van de eerste spreker uitgaan. Het terugbrengen van de communicatie tot wat er feitelijk gebeurt en het altijd bij de eigen beleving te houden door uitdrukking te geven aan de waarde die iets voor jou heeft is belangrijk om elkaars boodschap echt te kunnen horen. Verbindende communicatie leert je om de intentie achter de woorden te horen.

Dat doe je verkeerd!

Geweldloze communicatie gebruikt vaak het beeld van de jakhals en de giraf om een onderscheid in taalgebruik aan te duiden. De jakhals gebruikt daarbij taal die veroordelend of beschuldigend is naar zichzelf of een ander. Dit roept dan gevoelens van schuld, schaamte en boosheid op en veroorzaakt frictie in de communicatie. Dit is meer dan jammer omdat ook de jakhals in feite altijd een goede bedoeling heeft. Door de manier waarop iets gezegd wordt is het echter moeilijk om de goede bedoeling nog te horen. De giraf is zich steeds bewust van de goede bedoeling en heeft de vaardigheid om het zo te zeggen dat dit ook overkomt bij de ander. Een simpel voorbeeld. Stel iemand zegt: “Dat doe je niet goed!” De achterliggende bedoeling is om te zorgen dat iets juist wel “goed” gaat. Feitelijk zou je dus willen helpen maar door de woorden “Dat doe je niet goed.” hoort de ander een verwijt. Als je in plaats daarvan zegt: “Wil ik je helpen?”, voorkom je frictie en zeg je wat je eigenlijk bedoelde. Verbindende communicatie is elkaar leren begrijpen door je bewust te worden van de woorden die je gebruikt.

Klap in je gezicht!

Een moeder loopt met haar zoontje van ongeveer 5 jaar voor mij op straat. Het zoontje besluit de stoeprand als evenwichtsbalk te gebruiken. Moeder roept daarop met luide stem: “Kom hier! Als je dat nog een keer doet krijg je een klap in je gezicht!.” De stoep is ter plekke zo breed dat er voor een verbouwing een grote container staat. Als reactie op zijn moeders opdracht verandert het jongetje prompt van richting en verdwijnt uit het gezicht achter de container. Moeder kan hem nu helemaal niet meer zien. Een stille daad van verzet? Ik zelf zou van moeders stem zijn geschrokken. Het jongetje was  naar mijn idee weinig onder de indruk en met “de stem” bekend. Ik vond het tragisch zo’n communicatie tussen ouder en kind. Het kind leert hierdoor vooral dat het beter is om moeder te ontwijken. Ik vraag mij dan af hoe het zou zijn als het kind begreep dat zijn moeder vooral probeerde hem veilig te houden. Zou het begrijpen dat het gevaar loopt als er zo maar een bus of een auto langs komt? Anderzijds heeft een kind behoefte aan spel en avontuur. Dat hoort een uitdaging te zijn, anders leert het er weinig van. M.i zijn alle behoeften heel goed met elkaar te verenigen als er meer onderling begrip en vertrouwen is.  Het is dan wel belangrijk dat moeder de eigen drijfveren en die van haar kind weet te benoemen en daarover weet te communiceren. Bijvoorbeeld: Jantje, ik voel mij trots als ik je zo zie balanceren en ben ook bezorgd als je dat op de stoeprand doet. Dit kan gevaarlijk zijn in het verkeer. Ander plekje zoeken om samen te spelen? Verbindend Communiceren helpt bij het scheppen van een waardevolle band tussen moeder en kind

De hand

Tijdens een training voor Marokkaanse vrouwen wil ik illustreren hoe communicatie werkt. Ik vraag daarvoor de hulp van een van de vrouwen en vraag haar om mij een hand te geven. Ik zie dat zij schrikt en zij vertelt mij dat zij dit niet kan doen. Ik geef training voor vrouwen met een andere culturele achtergrond en alhoewel ik de reden niet ken, begrijp ik wel dat er een goede reden voor haar is om een vreemde man geen hand te geven. Er is ook een Nederlandse vrouw in het publiek die mij wel kan helpen. En zo gebeurt het. Later kom ik op het gebeurde terug als ik uitleg dat iedereen voor al zijn gedrag een goede reden heeft. Ook al ken ik die reden niet en is de wijze waarop daaraan uitdrukking wordt gegeven soms verwarrend en/of tragisch. Zo leg ik uit dat ik onmiddellijk er vanuit ging dat zij een goede reden had en dit om reden van geloof of cultuur niet kon doen. Haar “Nee” was een “Ja” tegen bepaalde waarden doe voor haar belangrijk zijn. Zij was zichtbaar opgelucht toen ik dit zei en vertelde mij dat zij blij was met deze uitleg. Ik vermoed dat zij bang was dat haar antwoord mij zou hebben beledigd. Geenszins dus. Haar antwoord ging over wat voor haar belangrijk was en had niks met mij als persoon van doen. Verbindend Communiceren helpt zo om elkaar beter te begrijpen.

Je moet mij niet storen!

Je zit lekker een voetbal wedstrijd te kijken als de voordeurbel gaat. Je loopt met tegenzin naar de voordeur en doet open. Voor de deur staat een vriendin die onverwacht op bezoek komt. Je denkt: “Verdorie nu onderbreekt zij mijn wedstrijd!” Toch laat je haar binnen en hangt met gemengde gevoelens haar jas op.  Die gedachte waarbij je haar verantwoordelijk hebt gemaakt voor het onderbreken van de wedstrijd bepaalt waarschijnlijk het verloop van de avond. Eigenlijk wilde je de wedstrijd zien en tegelijkertijd hecht je waarde aan de vriendschap. Wat doe je daar mee als je jezelf zo in tweestrijd voelt?  Heb je een goede reden om geïrriteerd te zijn? Wat biedt die voetbalwedstrijd jou? Waarschijnlijk ontspanning, afleiding en uitdaging. Een goede reden is altijd gelegen in jezelf en van naturen “goed” dus positief. Hoe kan er dan reden zijn voor irritatie? Die reden ligt enerzijds in eigenlijk in het niet helder hebben wat je werkelijk wilde en anderzijds de gedachte dat een ander verantwoordelijk is voor wat er gebeurde. Als een ander verantwoordelijk is heb je namelijk zelf niet zoveel keuze en ben je afhankelijk.  Was het mogelijk geweest om de wedstrijd zonder onderbreking te kijken en de ontspanning e.d. te krijgen die je zocht? Had je daarvoor zelf voorwaarden kunnen scheppen? Heb je dat gedaan (de voordeurbel uitzetten, de deur niet opendoen etc.)? Als je dit jezelf bewust bent is het duidelijk dat je keus hebt en dit geeft vrijheid. Toch heb je op de voordeurbel gereageerd en heb je opengedaan. Als alles wat je doet een goede reden heeft, dan heeft ook dit een goede reden. Verwachtte je iets of iemand voor wie je open wilde doen? Of dacht je onbewust dat iemand die aanbelt altijd een goede reden heeft en het voor jou dus belangrijk kan zijn om open te doen (open doen is de strategie en duidelijkheid de behoefte)? Waar het om gaat is dat je er dus voor kiest om op de deurbel te reageren. Zo zien we dat er meerdere goede redenen kunnen zijn voor ons handelen. Als we die redenen niet helder hebben ontstaat er verwarring in onszelf, tweestrijd over wat we willen doen. Daar zijn alleen wijzelf verantwoordelijk voor. De ander is hoogstens de aanleiding die het bestaan van die tweestrijd in onszelf duidelijk maakt. De manier waarop we met zaken omgaan en ons doel proberen te bereiken noem ik de strategie. Dit is tevens ook waar de meeste conflicten tussen mensen ontstaan. Ieder heeft zo zijn eigen manier om zijn doel te bereiken. Daar zijn we het niet altijd over eens. Als het gaat om de goede bedoeling die er achter schuilt, de behoefte die het vervult, dan zijn we het snel eens. Geen vriendin die jou zou willen tegenhouden om lekker te ontspannen en je uit te leven bij iets wat jou boeit. Als duidelijk is dat dit niet het meest geschikte moment is om een “goed gesprek” te beginnen, dan kun je samen kijken hoe en wanneer je daar ruimte voor kunt maken. De verwarring zit in het niet helder hebben van behoeften, manieren om daarin te voorzien en de vaardigheid om daarover te kunnen praten. Verbindend  leren Communiceren schept een betere band met je vrienden

Oh u hebt niet genoeg gehad!

Tijdens de lunch in de middagpauze van een training komt de ober met het dessert en begint dit te serveren. Tegelijkertijd ruimt hij het overige servies van de tafel. Een van de deelnemers zegt dit ziende: “Nu al een dessert? Ik dacht dat er nog soep en kroketten zouden komen!” Dan wil ik mijn bord nog even terug! De ober kijkt enigszins verbouwereerd en zegt:”Oh, u hebt niet genoeg gehad! De deelnemer voelt zich door dit antwoord enigszins geïrriteerd maar doet er naar de ober het zwijgen toe. Als de ober weg is zegt hij tegen de overige aanwezigen:”Dat zeg je toch niet tegen een gast! Dat heeft hij niet op de hotelschool zo geleerd!” Ik opper daarop:”Hoe zou het voor je zijn geweest als hij had gezegd: Oh zou u nog wel iets lusten? Waarmee kan ik u een plezier doen? “Tja,  dat klinkt beter” zegt de deelnemer. De vraag is natuurlijk: zou de ober dit eigenlijk ook bedoeld hebben? Het lijkt mij wel. Het empathisch kunnen luisteren helpt hier om een boodschap die enigszins ongelukkig wordt gebracht te vertalen naar de bedoeling die er achter ligt. Irritatie kan daarmee worden voorkomen. In plaats van “Ik eet nog wel een broodje”, is er dan weer ruimte om samen met de ober te kijken wat de mogelijkheden zijn. Verbindend Communiceren voorkomt irritatie en zorgt voor een betere band met de klanten.

Dom Doosje

Veroordelen leidt tot labelen. Iemand laat iets vallen en krijgt dus het label “dom.” Ouders voeden kinderen daar al jong mee op. Ik zag een moeder uit een bakkerij komen. Ze had met haar kinderen gebakjes gehaald. Haar ongeveer 3 jaar oude dochter mocht het dragen. Vervolgens struikelt het kind over de drempel van de bakkerij en het doosje met gebakjes valt op zijn kop op de grond. “Nou, dat is nou dom van je” hoor ik de moeder tegen het kind zeggen.  Wat heeft het kind hiervan geleerd? Ik denk het volgende:

  • Dat als je struikelt je dus dom bent.
  • Dat dom zijn iets “slechts” is.
  • Dat moeder weet wie dom is.
  • Wellicht ook dat het maar beter is om niets voor moeder te dragen, je kan iets doen waardoor je  ineens dom bent.

Is dit kind nu dom? Nee, natuurlijk niet. Er mankeert toch niets aan haar verstand. Wel aan gezichtsvermogen en wellicht nog niet volledig ontwikkelde gevoel voor evenwicht. Een dreumes van drie kan nauwelijks over een doosje met gebak dat zij met twee handen vasthoudt heenkijken. Het zou mij niet verbazen als zij heel de drempel niet heeft gezien. Misschien heeft haar moeder nog wel gezegd: ”Goed vasthouden hoor!” Ik zou mij kunnen voorstellen dat het kind trots deze “grote verantwoordelijkheid” op zich heeft genomen. Wat zou haar moeder nu mogelijk hebben bedoeld met  “Nou, dat is nou dom van je”. Hoewel het natuurlijk allemaal giswerk is, wil ik toch proberen mij in te leven in moeder en kind. Het levert mij namelijk interessante inzichten op en meer begrip voor beiden. Ik kan mij voorstellen dat moeder het jammer vindt dat de gebakjes zijn gesneuveld. Zij zien er vermoedelijk nu minder fraai uit dan in de vitrine bij de bakker, waar zij 5 minuten geleden nog lagen. Smaken zij er minder om? Nee, maar toch is het niet hetzelfde. Het gaat natuurlijk ook om de presentatie. Het ziet er natuurlijk ook mooi uit zo’n gebakje. Het oog wil ook wat! Dus moeder vindt het jammer dat dit nu niet meer zo is. Wellicht voorziet zij ook problemen bij thuiskomst. Zo’n gebakje kun je de visite niet presenteren toch? Of als het voor hen zelf is, dan zijn er nu misschien gezinsleden die niet meer hoeven. En dan de prijs nog die moeder net heeft betaald. Natuurlijk de prijs voor een mooi gebakje, niet voor puin! In moeders gedachten heeft zij wellicht net €10,- neergelegd voor iets wat in haar ogen nu waardeloos is. Zo gaat de lol er snel van af. Wat pas echt jammer is, is dat moeder zich dit alles niet bewust is. Haar gedachten gaan zo snel dat de conclusie: “Nou, dat is nou dom van je” er al uit is voor ze het weet. Zij projecteert haar eigen teleurstelling op het kind. Zij vraagt zich ook niet af of het wel klopt wat ze zegt. Waar dit nu op gebaseerd is. Deed zij dat wel, dan zou zij zich kunnen afvragen of zij niet bewust een risico nam toen zij haar 3 jarige peuter het gebak liet dragen. Dat was toch haar keuze. Het gaat er niet om dat zij daar zelf schuld aan heeft. Het gaat er om dat zij inziet dat zij een risico nam en dat haar teleurstelling met het niet uitkomen van haar eigen verwachtingen heeft te maken. Een kind van 3 is gewoon een kind van 3. Zij staan nog wankel op de beentjes en de wereld is ook wel heel groot. Hoe zou het hebben kunnen klinken als de moeder neutraal had waargenomen wat er gebeurde en geweldloze communicatie had toegepast? Nou, bijvoorbeeld: Ach meisje, ben je geschrokken? Wat jammer dat het doosje viel, nu liggen de gebakjes op zijn kop in de doos. Heeft de moeder ook nog empathische vaardigheid dan zegt ze dit laatste niet tegen het kind. De opmerking voegt geen waarde aan de communicatie toe. Het is al gebeurd. Het was een ongelukje. Indien de moeder de gevolgen noemt dan heeft zij daarmee een doel. Als zij het kind dit doel niet duidelijk maakt, kan het er makkelijk toe leiden dat het kind zich verantwoordelijk voelt voor iets wat per ongeluk gebeurde, terwijl dit eigenlijk tot de verantwoordelijkheid van de moeder hoorde. Welk empathisch doel zou het noemen van de gevallen gebakjes kunnen hebben hier. Het meisje is misschien ook teleurgesteld en geschrokken. Ziet in haar hoofd de “gekneusde” gebakjes. Door het te benoemen geeft zij het kind ook de kans om er over te praten. Dat lucht op! Als zij er daarbij een grapje van maakt dan kan zij het kind daarmee een teken geven dat het veilig is om er over te praten. Bijvoorbeeld: Ach wat jammer, nu hebben ze allemaal een deuk in hun neus! Het betreft hier immers geen situatie die een serieuze reactie vereist. Er was niemand in gevaar. Zou dit wel zo zijn dan zou ik voorstellen om het op een serieuze maar empathische wijze te benoemen. “Ben jij ook zo geschrokken? Wilde je zo graag naar het hondje toe toen je overstak?” De boodschap dat uitkijken belangrijk is voor je oversteekt komt dan vanzelf aan de orde. Eerst maar even bijkomen zodat de communicatiekanalen weer open kunnen gaan.